Boswachter Van Emst

Boswachter Van Emst

augustus 2019 – ‘Ik lag op bed en hoorde wat gerommel. Het was nog vroeg. Wat zou er aan de hand zijn in de woonkamer? Waarom maakten vader en moeke zoveel lawaai?’, zegt Marianne de Boer-van Emst (81). Ze denkt terug aan 12 augustus 1944; aan het moment dat ze haar vader, Marinus van Emst, voor het laatst zou zien. Maandag was het precies 75 jaar geleden dat hij werd geëxecuteerd door de Duitsers.

Appelscha
Marianne loopt vervolgens naar de kamer en ziet haar ouders staan. Ze proberen kalm te blijven, maar ze heeft meteen in de gaten dat er iets niet goed zit. Het waren niet haar ouders die zoveel lawaai maakten. De Duitsers zijn in de woning en doorzoeken het hele huis. Ze smijten de kastdeuren keihard dicht als ze de boel eruit hebben gehaald. ‘Ze waren op zoek naar bewijs tegen mijn vader’, gaat De Boer-van Emst verder.

Verzet
Haar toen 50-jarige vader was boswachter. Daarnaast zat hij voor de Christelijk Historische Unie in de raad van Ooststellingwerf. Als medewerker van de Landelijke Organisatie bood hij hulp aan onderduikers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Marinus van Emst maakte onder meer schuilplaatsen voor joden en andere onderduikers en hij bracht het bos in kaart voor geallieerde parachutisten. Het zorgde ervoor dat hij moest onderduiken in de zomer van 1944.

‘Hij kwam thuis om mijn verjaardag te vieren’, zegt Marianne de Boer-van Emst, die op 11 augustus zes jaar oud werd. ‘Omdat mijn moeder de dag daarna haar verjaardag vierde, bleef hij slapen, hetgeen hem fataal werd.’

Ze staat in de woonkamer. Haar vader vraagt aan de bezetter of hij afscheid van zijn dochter mag nemen. Ze staan het toe. Marianne loopt naar hem toe en ze knuffelen elkaar.’ Marianne de Boer-van Emst: ‘Het moment duurde maar kort, maar ik herinner het me erg goed.’ Het is het laatste moment dat de twee elkaar zien. Van Emst wordt opgepakt en overgebracht naar de politiecommandant aan de Bruggelaan.

Executie
Na een verhoor, waarbij Van Emst niets los laat, wordt hij afgevoerd naar de bossen bij camping Us Blau Hiem (nu De Boscamping).

Marianne de Boer-van Emst: ‘Ik werd naar oom Klaas en tante Aaltje van Weperen gebracht. Daar hadden ze koe-kalverij, wat mij wat afleiding gaf. Moeke liep samen met buurvrouw Mulder naar de boswachterij. In alle haast liep vrouw Mulder op sokken. Het is een vreemde en verdrietige dag die ik mijn leven lang niet zal vergeten.’

Commandant Bellmer, die niet gelooft dat Van Emst niets weet over onderduikers, geeft landwachtcommandant Hans Paul Küter de opdracht Van Emst mee te nemen om onderduikers aan te wijzen. Als de gevangen genomen Van Emst dat niet doet, moet Küter de boswachter ‘omleggen’. Van Emst houdt vol dat hij niets weet. Het is Küter die Van Emst vervolgens zonder pardon van het leven berooft. Hij schiet meedogenloos twee kogels door diens hoofd.

Een jaar later wordt Nederland bevrijd van de bezetter. Van Emst heeft vele levens gered en wordt sindsdien beschouwd als verzetsheld.

Herinneringen
Marianne de Boer-van Emst zit in haar kamer. Aan haar wand hangen lijsten met daarin herinneringen aan haar vader. ‘Dit is de woning waar we woonden. Tegenover de boswachterij op Terwisscha’, zegt ze als ze naar een lijsten met daarin een foto wijst. ‘We woonden er na de moord op mijn vader nog twee jaar in deze woning.’ In de grootste lijst zit de originele brief van Dwight Eisenhower, de president van de Verenigde Staten van Amerika. ‘Deze dankbrief ontvingen we eigenlijk meteen nadat mijn vader was omgebracht.’ Ze pakt een map en tovert er allemaal bijzondere voorwerpen uit, waar ze een dierbare herinnering aan heeft. ‘Dit is zijn verzetskruis. Een bijzonder voorwerp, wat ik zo lang mogelijk wil bewaren. Ik ben erg trots op mijn vader. Hij heeft voor veel mensen veel betekend. Alle verhalen ken ik niet, omdat mijn moeder er liever niet over sprak.’ Ze pakt een volgende foto. ‘Dit is mijn moeder trouwens. Niet haar beste foto. En dit is een foto van mijn vader. Een hele mooie foto. Ik denk dat dit het mooiste is wat ik bezit’, zegt ze.

Vernoeming
Ze kijkt hem aan. ‘Wat is het toch een bijzondere man.’ Op een dag kwam mijn moeder naar mij toe met de Nieuwe Ooststellingwerver in haar handen. Ze waren in Appelscha met een nieuwe straat bezig. In de krant stond dat de nieuwe straat naar mijn vader werd vernoemd. Het bezorgde ons een moment van waardering en van blijdschap.’

Toen Marianne de Boer-van Emst een zoon kreeg, vernoemde ze hem naar haar vader: Marinus. Later ging het aangelegen plein ook de naam van de verzetsstrijder dragen. ‘Ik vind het mooi dat zijn naam voortleeft en dat zijn verhaal bewaard blijft.’

Ze haalt een groot knipsel uit haar map. Het stond in 2004 in de krant. ‘Op 12 augustus dat jaar was het zestig jaar geleden dat mijn vader gefusilleerd werd.’ Op initiatief van Plaatselijk Belang van Appelscha kreeg Marinus van Emst aan het Van Emstplein een monument, waar sindsdien jaarlijks een herdenking wordt gehouden.

Herdenking
Zo ook maandag. ‘Ik ben erg blij met de Historische Vereniging van Appelscha, die elk jaar samen met mij bloemen legt bij het monument. Ik heb sinds mijn vaders dood, nooit een herdenking overgeslagen, ook al wordt het wat lastiger naarmate je wat ouder wordt. Ook op 4 mei ben ik altijd aanwezig bij de herdenking.’

Küter werd voor de moord op Van Emst en zijn betrokkenheid bij de Silbertannemoorden door het Bijzonder Gerechtshof in Amsterdam tot de doodstraf veroordeeld. Later kreeg hij in cassatie levenslang.

Henk Vondeling

Deze herdenkingsplaats is opgenomen in het door de HVA uitgegeven boekje ‘monumenten Appelscha en onderduikplaatsen WO II ‘. Het boekje is verkrijgbaar bij het Toerist Info Punt (TIP) in Appelscha en te koop of te bestellen bij de HVA.

Herdenkingsplaats Marinus  van Emst